Binnen organisaties hebben we geregeld te maken met cabaret op hoog niveau. Lees over de zin en vooral onzin van controles binnen organisaties en het stellen van de waarom-vraag.

Ieder weldenkend mens weet het

Ieder weldenkend mens weet het. Wanneer je binnen organisaties een controle aankondigt met het bijbehorende controlemoment, zal het onderwerp van de controle in 9 van de 10 gevallen op orde zijn. En daarna? Daarna gaat iedereen weer zijn eigen gang. En ondanks deze kennis blijven we volharden in het organiseren van onzin. Tijd dus om onszelf eens de waarom-vraag te stellen.

Cabaret op niveau

Alleen al het feit dat door de top van organisaties, toezichthouders en politiek het toneelspel ‘Hoe houden we de schone schijn’ massaal in stand wordt gehouden, zorgt voor cabaret van een hoog niveau. Neem nu eens de volgende voorbeelden uit de praktijk over hoe het niet moet maar in de realiteit wel ‘werkt’:

Wantoestanden in jeugdgevangenissen

Een tijd terug in het nieuws. Binnen de jeugdgevangenissen is het op de dag van de controle, die door betreffende inspecties zes weken van tevoren worden aangekondigd inclusief het onderwerp van de controle, spik en span. Daarbuiten is het netjes gezegd een grote bende en dan gaat het niet alleen over de (leef)omgeving maar ook over de organisatiecultuur.

Een winkelwedstrijd

Of kijk eens naar de supermarkt-organisatie waar de dagelijkse boodschappen worden gedaan. Vaak is er een winkelwedstrijd of iets met een vergelijkbare competitieve opzet. Gedurende een specifieke periode wordt met andere supermarkten van hetzelfde concern gestreden om een prijs en hebben ‘controles’ plaats door een interne jury. En natuurlijk liggen in deze periode de groenten en het fruit er fantastisch bij, zijn de schappen continue gespiegeld, alle producten aanwezig en doet het personeel vriendelijk en aardig tegen de klant. Maar ja, hoe gaat het buiten deze periode? Dan is meer dan geregeld het tegenovergestelde het geval oftewel ‘Business as usual’.

Het bedrijfsonderdeel ‘ergens in het land’ van een corporate

De topman of topvrouw van een concern doet een rondje lang de velden. In de directiekamers van de businessunits loopt het (angst)zweet over de rug van het management. Voor de georganiseerde lunch, met etenswaren die normaal niet beschikbaar zijn in de bedrijfskantine, worden vooraf medewerkers geselecteerd als ‘representatieve afvaardiging’ uit alle geledingen. De gepimpte spreadsheets worden klaargelegd en iedereen die betrokken is bij het bezoek krijgt vooraf instructies wat te zeggen en hoe zich te gedragen. Het motto voor dit soort momenten is:

Kritiek mag maar nu even niet!

Het is natuurlijk niet verbazingwekkend dat dit laatste over het algemeen niet al te zeer afwijkt van de gebruikelijke gang van zaken binnen dergelijke organisaties!

Conclusies

Dit alles is slechts een kleine greep uit het dagelijkse doen en laten in ons land, want binnen het onderwijs, de kinderopvang, zorg en het bedrijfsleven zijn dit soort momenten regel en geen uitzondering. Kortom, we zijn goed in het organiseren van onzin! En dan nu een aantal conclusies:

  • De eerste conclusie is dat mensen massaal bezig zijn met het verspillen van tijd en geld door dit soort onzin in stand te houden. Namelijk de opdrachtgevers, de (vak)mensen die worden ‘lastig’ gevallen met dit soort onzin en natuurlijk de uitvoerders die er vaak genoegen in hebben te fungeren als organisatie-politieagent. Dit wordt mede veroorzaakt door ingeslepen gedrag, het niet durven vertrouwen op vakmanschap en ook doordat fouten niet worden gezien als waardevolle leermomenten.
  • De tweede conclusie is dat er veel besluitvormers zijn, ook in de politiek, die zich willens en wetens laten belazeren. Dit zegt iets over het systeem en de intentie maar ook dat deze besluitvormers aantonen incapabel te zijn. Dit laatste overigens niet in relatie tot het verbloemen van onkunde en het opperen van allerlei wollige excuses en duidelijk wel wanneer het gaat over ‘de juiste dingen doen’.
  • De laatste conclusie is dat ‘wij’ allemaal verantwoordelijk zijn voor het in stand houden van dit soort onzin. ‘Wij’ in de rol van klanten, kiezers, medewerkers, formele leidinggevenden, et cetera. ‘Wij’ laten ons als een kudde makke schapen leiden door gedrag dat al jarenlang is ingeslepen. ‘Wij’ accepteren collectief dat controles tot het panacee zijn verheven voor het oplossen van allerhande uitdagingen. Waar ‘wij’ feitelijk mee bezig zijn, is het blussen van kleine brandjes en daardoor de onderliggende veenbrand die gaande is niet (willen) zien. ‘Wij’ mopperen dat het een lieve lust is en doen daarna NIETS! Toch iets om over na te denken.

De waarom-vraag?

Waar begint dan de ommekeer in denken en doen? Dit gebeurt met het stellen van vragen zoals:

  • Waarom medewerkers en managers de winkel niet altijd op orde willen hebben en krijgen voor hun klanten?
  • Waarom de signalen van jeugddelinquenten en medewerkers in bijvoorbeeld jeugdgevangenissen niet serieus worden genomen?
  • Waarom je werkt bij een organisatie waar je geen kritiek mag uiten?

Uiteindelijk gaat het om zinnig organiseren, dat begint met ‘doen’ naar aanleiding van het antwoord op één vraag. Een vraag die je jezelf als individu en organisatie keer op keer moet stellen, namelijk:

Waarom ben je als individu en als organisatie op deze aarde?

 

Change will not come if we wait for some other person or some other time. We are the ones we’ve been waiting for. We are the change that we seek. – Barack Obama

 

*Deze blog is eerder gepubliceerd op NieuwOrganiseren.nu