Wat kunnen volwassen professionals leren van kinderen? Lees over experimenteren binnen organisaties, organiseren van vrije klooiruimte en samen met de klant aan de slag gaan.

Creatief leven herken je aan zijn gevarieerdheid: het levert steeds onbekende resultaten op die niet te voorzien waren.

Wanneer je bovenstaand citaat van de Engelse schrijver David Herbert Lawrence (1885-1930) leest dan is de vraag of creativiteit wel past bij de organisaties van deze tijd, zeker wanneer de relatie wordt gelegd met ‘onbekende resultaten’. Veel organisaties van nu hebben namelijk bij voorkeur de glazen bol van Tita Tovenaar in het bezit om te kunnen voorspellen wat er allemaal gaat gebeuren. En in meer of mindere mate is dit laatste ook mogelijk door de aanwezigheid van allerlei soorten data, die netjes in spreadsheets staat weergegeven.

Het gevolg is een strategie, waarbij de term ‘onvoorziene omstandigheden’ niet heel erg geliefd en gewenst is. Het voordeel van voorspelbaarheid is immers dat je precies weet wat je nodig hebt aan (financiële) middelen, processen en ga zo maar even door. Kortom, de maakbare organisatie. Maar helaas pindakaas! Zo zit de wereld niet in elkaar. Sterker nog, het lijkt wel of de wereld steeds onvoorspelbaarder wordt. Het is dus van belang creativiteit ruimte te geven buiten al die verstikkende kaders. Kaders die in de kindertijd ook niet of minder aanwezig waren, wat ik als vader thuis ook geregeld ervaar!

Een kudde kinderen

Soms is het genieten als vader. Zeker wanneer je ziet wat de combinatie van creativiteit, kinderen en fantasie kan opleveren. En dit begint al vroeg met de mooiste bouwwerken in de zandbak en gaat daarna verder met schitterende tekeningen, waar ik overigens vaak iets anders in zie dan de jonge artiest zelf. Maar als daarna de uitleg volgt dan ga ik hier uiteraard graag in mee.

Maar ik moet er ook bij zeggen dat ik het soms niet snap. Wat vinden kinderen bijvoorbeeld nou leuk aan het spreken van een eigen fantasietaal of het neerzetten van een krokodil of een olifant op een kinderboerderij van Playmobil? Volgens mij is dit laatste geen geweldige combinatie en al helemaal niet wanneer je dit zou doen in het ‘echt’. Maar ja, probeer dit de jongedames maar eens wijs te maken als ze een spel spelen en in hun ‘eigen wereld’ zitten. Overigens is dit laatste soms best lastig. Wanneer de jongedames namelijk aan het spelen zijn en je probeert te storen als goedwillende vader, blijkt ineens dat iedereen Oost-Indisch doof is. Toch vreemd, want ik had dit niet vernomen van de schoolarts. Overigens is er in dit kader wel sprake van een uitzondering. Als ik namelijk een experiment uitvoer en hen roep voor koek of snoep dan komt er met grote vaart een kudde stampende kinderen van de trap af denderen, waarbij ik nog net niet wordt overlopen.

Ik snap het niet

Even terug naar de zaken die ik niet snap. Dit zal gerust te maken hebben met mijn eigen beperkingen en het gegeven dat een volwassene nu eenmaal anders denkt dan een kind. Veel meer in vast omlijnde kaders en patronen en niet te vergeten rekening houdend met de ‘realiteit’ van wat wel of niet mogelijk is. Denkpatronen die er eigenlijk al vanaf groep drie van de basisschool in worden gestampt, onder het mom van ‘moeten’. Vanaf dat moment ga je aan de slag met rationaliseren en verklaren en blijft het deel van de hersens, waar de creativiteit van mensen vandaan komt, vaak achter in de ontwikkeling.

(H)erkennen en stimuleren

Ik merk tegenwoordig dan ook dat ik als ouder steeds meer moeite heb met het huidige (school)systeem, waarbij sprake is van denken in hokjes en het veelvuldig toetsen. Ik heb hier ook een hoofdstuk over geschreven voor het boek Het Kantelingsalfabet met de titel ‘Het onderwijs is niet gebaat bij hokjesdenken‘. Natuurlijk zijn vakken als rekenen en taal heel belangrijk, maar wanneer ik zie dat één van de drie jonge telgen uitblinkt in bijvoorbeeld tekenen of techniek, dan zou het wel prettig zijn wanneer dit wordt (h)erkend en gestimuleerd. Het punt hierbij is dat de verantwoordelijkheid en bijbehorende besluitvorming om het onderwijssysteem echt te veranderen niet alleen ligt bij de docenten, maar vooral bij de politici. Je weet wel, de mensen die door ons gekozen zijn. De mensen die veelal van polderen hun beroep hebben gemaakt en regelmatig te maken hebben met het ontbreken van enige realiteitszin!

Realiteitszin!

Dan even over realiteitszin en creativiteit gesproken in organisatieland. De constatering is dat veel organisaties nu eenmaal niet te zien zijn als creatieve broedplaatsen en het innovatieve vermogen druipt er vaak ook niet echt vanaf. Toch raar want juist innovatie, oftewel vernieuwend bezig zijn qua producten, diensten en onderliggen processen en organisatie-structuren, zou hoog op de agenda moeten staan. Nu, waarschijnlijk staat dit ook hoog op de agenda, alleen is er een verschil tussen praten en echt faciliteren en vooral doen.

De zelfgecreëerde gevangenis

Het probleem is dat intrapreneurship en creativiteit, als basis voor innovatie, niet passen bij de gewenste voorspelbaarheid vanuit de ‘gedachte van de glazen bol’. En dan hebben we het nog maar even niet over een organisatiecultuur, die afwijkingen niet echt tolereert. Sterker nog, wanneer je anders denkt of doet, is binnen dit soort organisaties het volgende hoofdpijndossier op komst voor managers en bestuurders. Andersdenken is immers afwijkend ten opzichte van de in beton gegoten processen, procedures, richtlijnen en ga zo nog maar even door. Het is zelfs om angstzweet en koortsrillingen van te krijgen, want stel je nu eens voor dat het gewenste resultaat een keer niet uitkomt! Tja, hoe denken de dames en heren uit de ivoren toren dat partijen als Finext en Buurtzorg Nederland en nog vele anderen succesvol zijn geworden? In ieder geval niet door binnen een zelfgecreëerde gevangenis van denken en doen te blijven zitten.

Vrije klooiruimte

Kortom, experimenteren, ruimte om fouten te maken, oefenen en al die dingen die volwassenen vroeger als kind deden, zijn te vaak not done, terwijl dit wel nodig is voor het realiseren van groei en ontwikkeling van mens en organisatie. Of zoals en tijd terug iemand tegen mij zei:

Organisaties hebben meer ‘vrije klooiruimte’ nodig.

Deze ‘vrije klooiruimte’, die te zien is als een niet formeel laboratorium of (virtuele) broedplaats waarin ruimte en uitdaging worden geboden, hoeft geen geld te kosten en past binnen iedere organisatie. Sterker nog, je zou dit als platform kunnen zien waar mensen uit de organisatie en de klanten samenkomen om zich bijvoorbeeld samen bezig te houden met de verbetering en ontwikkeling van nieuwe producten en diensten. Hiermee wordt invulling gegeven aan ‘met de klant denken’ in plaats van het ouderwetse ‘voor de klant denken’.

De conclusie is dat wanneer de BV Nederland zich wil profileren als innovatieland, zal er toch echt meer ruimte moeten worden gegeven aan creativiteit. Dit begint allereerst in het onderwijs door het doen van de juiste investeringen en nu eens met een snelle en adequate handelwijze vanuit de politiek, in plaats van een volgend tien-jarenplan. En daarnaast natuurlijk ook binnen organisaties, waarbij andere structuren en denkpatronen noodzakelijk zijn voor het benutten van het menselijk potentieel. Van dit laatste wordt nu namelijk veel te weinig gebruik gemaakt.

Wat ga je nu doen?

Eigenlijk een advies voor organisaties en individuen. Vraag om ruimte en geef dit ook aan jezelf en de omgeving. Laat het kind in jezelf weer los, die bron van onuitputtelijke energie en creativiteit. Natuurlijk is het ook een optie ervoor te kiezen de rest van je leven in de pas te blijven lopen in de kaders die door anderen zijn vastgesteld of een grijze muis te blijven. Hier is niets mis mee, alleen doe je jezelf en de omgeving tekort. Ik weet nu door schade en schande dat er veel plezier te beleven is wanneer je ruimte creëert voor creativiteit en het geluk en resultaat dat hieruit voortvloeit, is onbetaalbaar.

Ja, en voor organisaties is het sowieso heel eenvoudig. De wereld is niet meer voorspelbaar en ondernemerschap en innovatie zijn een ‘must’. Denk hierbij vooral aan co-creatie en vooral niet in ‘eilandjes’, maar organisatie-overschrijdend. En dit alles bij voorkeur ‘met de klant‘ in plaats van ‘voor de klant’.

 

*Je hebt net een hoofdstuk gelezen uit ‘Help! Mijn papa is manager’. Klik hier voor nog meer hoofdstukken uit dit boek en laat je inspireren.

Met inspirerende groet,

Richard van der Lee